Menu

Sint Nikolaas.

De ou­de man is een taaie. Sinds hij in de vier­de eeuw bis­schop werd van My­ra (in het hui­di­ge Tur­kije) heeft hij naam ge­maakt als be­strij­der van ar­moe­de, die men­sen in nood met gul­le gif­ten helpt. Van­af de zes­de eeuw werd hij al­om ver­eerd als hei­li­ge, ge­kop­peld aan al­ler­lei ver­ha­len waar­van we nog steeds niet we­ten in hoe­ver­re ze echt ge­beurd zijn. In de loop van de eeu­wen ver­an­der­de er veel: zijn woon­plaats ver­schoof naar Span­je (al­thans voor de Ne­der­lan­ders, niet voor de rest van de we­reld), hij kreeg zwar­te hel­pers, een stoom­boot (die in de vier­de eeuw nog niet was uit­ge­von­den), zijn sterf­dag ver­an­der­de in zijn ge­boor­te­dag, en lang­za­mer­hand werd hij steeds meer de kin­der­vriend die ka­do’s geeft. De roe, ooit de straf voor stou­te kin­de­ren, be­staat al­leen nog maar in de ou­de lied­jes. In de Eng­els­ta­li­ge we­reld ver­an­der­de zijn mij­ter in een muts, zijn voer­tuig werd een slee met ren­die­ren, en kreeg hij de nieu­we naam “Fa­ther Christ­mas”, ook al bleef zijn ou­de naam “San­ta Claus” wel be­staan. Het groot­ste mi­ra­kel van Sint-Ni­ko­laas is dat hij het voor el­kaar kreeg om te blij­ven be­staan bij het pro­tes­tant­se deel van ons land. Dat kan geen en­ke­le ka­tho­lie­ke hei­li­ge hem na­zeg­gen: hij wordt elk jaar weer wel­kom ge­he­ten. Hij was, is en blijft po­pu­lair.
In dat licht is de hui­di­ge dis­cus­sie over de kleur van zwar­te piet een bij­na on­be­dui­dend ge­beu­ren. Tot in de 18de eeuw had sin­ter­klaas geen zwar­te knecht, in Oost-Eu­ro­pa (waar hij het zelfs tot be­scherm­hei­li­ge van Rus­land heeft ge­schopt) nog steeds niet, dus waar heb­ben we het over?
Voor mij is één ding dui­de­lijk: de sint zelf zal de dis­cus­sie over­le­ven. De bis­schop van Myra is oud, maar on­ver­woest­baar.
Ik heb wel een vraag bij zijn voort­be­staan: hoe her­in­ne­ren wij hem? Als bis­schop was hij de lei­der van de chris­te­nen in My­ra, die zich gees­te­lijk én ma­te­ri­eel in­zet­te voor de men­sen om hem heen. Hij was een vol­ge­ling van Je­zus in woord en daad. Dat is voor mij de les die we van sin­ter­klaas moe­ten le­ren. Ik heb niets tegen het ge­ven van ka­do’s aan on­ze kin­de­ren, maar ik vrees dat de sint zelf hier zijn wenk­brau­wen bij zou fron­sen. Sint Ni­ko­laas zou zich meer thuis voe­len bij het werk van moe­der The­re­sa dan bij de com­pu­ter­ga­mes die in de schoen­tjes ge­stopt wor­den. Als we zo naar sin­ter­klaas kij­ken, dan komt hij pas echt tot leven.
Ik denk dat we Sint Ni­ko­laas het mees­te een ple­zier zou­den doen door hem na te vol­gen in de zorg voor de me­de­mens in nood. Dat is één van de be­lang­rijk­ste ge­bo­den van Je­zus en dat had Ni­ko­laas goed be­gre­pen.

(Publicatiedatum: 26 november 2018)

 

Henk van de Weg
Auteur van “De Getrouwen van Ro`eh”